FAQ (veel gestelde vragen)
1. Wat is diabetes (suikerziekte)?2. Hoe wordt de diagnose Diabetes Mellitus gesteld?3. Wat is het verschil tussen diabetes type 1 en diabetes type 2? 4. Hoe wordt diabetes behandeld? 5. Wat is een hypo? 6. Wat is een hyper? 7. Waarom is beweging zo belangrijk?8. Wat is zwangerschapsdiabetes? 9. Wat zijn diabetescomplicaties? 10. Welke oogklachten kun je krijgen van diabetes? 11. Welke nierproblemen kun je krijgen van diabetes?12. Wat voor invloed heeft diabetes op het zenuwstelsel? 13. Welke seksuele problemen kun je krijgen door diabetes?14. Welke invloed heeft diabetes op het hart en de bloedvaten? 15. Welke complicaties kunnen optreden aan de voeten? 16. Welke problemen kun je krijgen met je gewrichten? 17. Wat zijn eiwitten? 18. Wat is natrium? 19. Wat is kalium? 20. Wat zijn koolhydraten? 21. Wat is gezonde voeding bij Diabetes Mellitus? 22. Wat zijn caloriearme producten? 23. Wat is cafeïne? 24. Wat zijn magere vleessoorten en vissoorten? 25. Wat zijn verzadigde vetten? 26. Wat zijn onverzadigde vetten? 27. Hoeveel fruit mag ik per dag?
1. Wat is diabetes (suikerziekte)? Diabetes houdt in dat de hoeveelheid glucose in het bloed hoger is dan normaal. Glucose is een vorm van suiker, vandaar dat diabetes ook vaak suikerziekte wordt genoemd. Glucose komt in het bloed via de voeding. Het hormoon insuline zorgt er normaal gesproken voor dat de glucosehoeveelheid in het bloed ook weer daalt. Bij mensen met diabetes is er (bijna) geen insuline of de insuline kan zijn werk niet goed doen door bv. overgewicht. Hierdoor blijft er teveel glucose in het bloed zitten waardoor er klachten ontstaan van dorst, moeheid, veel plassen etc.
Wat is de werking van glucose en insuline?
Lees meer...
In alles wat we eten zitten diverse brand- en bouwstoffen: vetten, eiwitten en koolhydraten. Koolhydraten worden in het lichaam omgezet in glucose. Wanneer we koolhydraten eten stijgt de glucosespiegel in het bloed. Glucose is erg belangrijk voor ons lichaam. Glucose levert ons energie waardoor we ons dagelijkse werk kunnen doen. Normaal gesproken daalt de hoeveelheid glucose na de maaltijd weer. Dit komt door de werking van het hormoon insuline, gemaakt in de alvleesklier. Zodra iemand zonder diabetes eet en er glucose in het bloed komt wordt er insuline afgegeven aan het bloed om de glucose vanuit het bloed in cellen te laten, waar de glucose zijn werk kan doen. Bij mensen met diabetes wordt er soms (bijna) geen insuline aangemaakt of de insuline kan zijn werk niet goed doen (bv. door overgewicht). Het gevolg is dat de glucose in het bloed blijft zitten. Het lichaam loopt dus energie mis waardoor er moeheid en gewichtsverlies ontstaat. Ook wil het lichaam de overtollige glucose kwijtraken door het uit te plassen. Hiervoor is vocht nodig wat dorst geeft.
2. Hoe wordt de diagnose Diabetes Mellitus gesteld? Bij diabetes is het bloedglucosegehalte (er zit teveel suiker in het bloed) te hoog. Dit geeft klachten zoals dorst en moeheid. Omdat teveel suiker/glucose in het bloed schadelijk is, scheiden de nieren een deel van de glucose uit via de urine. Daardoor ontstaan klachten als dorst, veel plassen en gewichtsverlies. Wanneer u deze klachten heeft is het verstandig om naar uw huisarts te gaan. De huisarts kan de hoeveelheid glucose in het bloed vaststellen met behulp van een glucosemeter. De eenheid waarin de hoeveelheid glucose wordt uitgedrukt is: mmol per liter. Een normale bloedglucosewaarde is nuchter (wanneer iemand een nacht niet heeft gegeten/gedronken) beneden de 6.0 mmol/L. Wanneer de nuchtere waarde boven de 7.0 mmol/L uitkomt heeft de persoon waarschijnlijk diabetes en wordt de glucose in het bloedplasma bepaald via een laboratorium. Is de waarde dan weer hoger dan 7.0 mmol/L, dan wordt de diagnose Diabetes Mellitus gesteld. De waardes tussen 6.0 mmol/L en 7.0 mmol/L zijn grensgevallen van geen diabetes/wel diabetes. Daarom zal na 3 maanden de bloedglucosewaarde nogmaals worden bepaald.
3. Wat is het verschil tussen diabetes type 1 en diabetes type 2? Wanneer iemand diabetes type 1 heeft produceert de alvleesklier geen insuline meer. Deze mensen moeten dagelijks insuline spuiten om de bloedglucose op peil te houden. Deze vorm van diabetes ontstaat meestal voor het dertigste levensjaar. Wanneer iemand diabetes type 2 heeft, maakt het lichaam soms nog wel insuline aan, maar onvoldoende. Bij andere mensen met diabetes type 2 produceert de alvleesklier nog wel voldoende insuline, maar reageert het lichaam er niet goed op door overgewicht. Mensen met diabetes type 2 hoeven - in het begin - meestal geen insuline te spuiten. Zij zijn goed te behandelen met leefstijladviezen (voeding/beweging) en tabletten. Hoe langer iemand diabetes type 2 heeft, hoe vaker iemand uiteindelijk ook insuline gaat spuiten. Diabetes type 2 komt vaker voor bij mensen die ouder zijn dan veertig jaar en bij mensen met overgewicht.
4. Hoe wordt diabetes behandeld? Het doel van een behandeling bij diabetes is ervoor zorgen dat de hoeveelheid glucose weer zo normaal mogelijk wordt en blijft. Hierdoor worden directe klachten zoals dorst/veel plassen en moeheid verholpen, maar ook complicaties op langere termijn worden verminderd. Ook bij mensen zonder diabetes wisselt de hoogte van de bloedglucose. Dat is heel normaal. De pieken en dalen van deze schommelingen mogen alleen niet te hoog en te laag zijn. Bij mensen die geen diabetes hebben schommelt de hoeveelheid bloedglucose zo tussen de 4 mmol/l en 8 mmol/l. Om een normaal leven te kunnen leiden en complicaties in een later stadium zoveel mogelijk te voorkomen is het belangrijk dat de hoogte van de bloedglucose tussen bepaalde grenzen blijft. Voor mensen met diabetes liggen die grenzen wat ruimer. Het is voor mensen met diabetes goed om de waarden tussen de 4 mmol/l en 10 mmol/l te houden. Met behulp van een bloedglucosemeter kan worden bekeken of de bloedglucose niet te hoog of te laag is en met behulp van leefstijladviezen, tabletten en/of insuline worden deze waarden bereikt in het bloed.
De algemene behandelingsaspecten.
Lees meer...
 Voor alle diabetespatiënten gezamenlijk zijn een aantal behandelingsaspecten belangrijk. Daarnaast zijn er een paar verschillen in de behandeling van diabetes type 1 en 2. Hieronder staan de punten die voor alle diabetespatenten gelden:
- Stoppen met roken: wanneer iemand diabetes heeft is het risico op hart- en vaatziekten verhoogd. Roken verhoogd deze kans nog meer. Daarom is het belangrijk dat iemand stopt met roken, zelfs wanneer hij daarvan een aantal kilo's aankomt.
- Beweging: beweging is erg belangrijk. Door beweging daalt de hoeveelheid glucose in het bloed automatisch. Daarnaast is beweging goed voor het gewicht en de algemene gezondheid. Het is aan te raden iedere dag minimaal een half uur te bewegen (lopen/fietsen etc.). Wanneer iemand overgewicht heeft is het aan te raden minimaal 1 uur per dag te bewegen.
- Verminderen van stress: voor zover mogelijk is het goed om veel stressituaties uit de weg te gaan. Stress is ongezond en vooral voor iemand met diabetes, omdat de glucosespiegel zal stijgen als reactie op de stress. De hoge glucosespiegel in het bloed is schadelijk voor de gezondheid.
- Voetcontrole: door diabetes kunnen in verloop van tijd de zenuwen in de voeten beschadigd raken, waardoor gevoel (deels) weg raakt. Om dit te voorkomen en te behandelen is een goede en regelmatige voetverzorging erg belangrijk. De diabetesverpleegkundige checkt regelmatig hoe de doorbloeding van de voeten functioneert en hoe de staat van de zenuwen is. Wanneer de diabetes goed behandeld wordt, is de kans op achteruitgang van de bloedvaten en zenuwwerking van de voeten kleiner dan wanneer de glucosewaarden te hoog zijn.
- Oogcontrole: door diabetes kunnen de oogvaatjes beschadigd raken. Daarom gaan diabetespatiënten vaak minimaal 1 keer per jaar naar een oogarts of wordt er een fundusfoto van de ogen gemaakt. Zo wordt gekeken naar de staat van de oogvaatjes op en rond het netvlies. Wanneer de diabetes goed behandeld wordt, is kans op achteruitgang van de ogen veel kleiner als bij mensen bij wie de glucosewaarden te hoog zijn.
- De voeding: vroeger moest iemand met diabetes suikervrij eten, dit hoeft gelukkig niet meer. Hieronder staan de richtlijnen die gelden voor mensen met diabetes. De richtlijnen zijn eigenlijk ook voor mensen zonder diabetes van toepassing. Per type diabetes wordt daarnaast een paar belangrijke aanvullingen gedaan.
- Regelmaat. Eet elke dag drie maaltijden en eventueel 3 keer iets tussendoor. Door met regelmaat koolhydraten over de dag te verdelen kunnen schommelingen in de bloedglucosespiegel worden voorkomen.
- Zo min mogelijk verzadigd vet. Het vermijden van verzadigd vet helpt hart- en vaatziekten te voorkomen. Verzadigde vetten zitten in kaas, vette vleessoorten, vette vleeswaren, volle melkproducten, koekjes/snacks, harde margarines en roomboter.
- Een gezond gewicht. Een gezond gewicht heeft een gunstig effect op de bloedglucose en helpt mee hart- en vaatziekten te voorkomen. Bij overgewicht kunnen enkele kilo's gewichtsverlies al helpen om het bloedglucosegehalte te verbeteren!
- Suiker met mate. Suikervrije producten zijn in tegenstelling tot wat men vroeger dacht, niet nodig. Neem niet te veel suiker: dat helpt mee op gewicht te blijven. Light-frisdranken zijn erg belangrijk om schommelingen in de bloedglucosespiegel te voorkomen.
- Alcohol met mate. Neem niet meer dan twee glazen alcohol per dag en drink niet iedere dag alcohol. Alcohol kan het bloedglucosegehalte ontregelen.
- Voldoende voedingsvezels. Vezels uit fruit, groente en peulvruchten hebben een gunstige werking op zowel de bloedglucose als het cholesterolgehalte van het bloed.
- Niet te veel cholesterolrijke levensmiddelen. Eet niet meer dan drie eieren per week en hooguit eens in de twee weken lever, nier, paling of garnalen.
Hoe wordt diabetes type 1 behandeld?
Lees meer...
 Naast de algemene behandelingsaspecten spelen voor mensen met diabetes type 1 de volgende aspecten een rol in de behandeling:
- Insuline: iemand met diabetes type 1 maakt helemaal geen eigen insuline meer aan. De enige behandeling die daarbij helpt is het inspuiten van insuline met behulp van een insulinepen of insulinepomp. Vaak spuit iemand met diabetes type 1 vier keer per dag. Voor het ontbijt, voor de lunch, voor de avondmaaltijd en voor het slapen gaan. Voor de maaltijden wordt een kortwerkende insuline gespoten die de grote hoeveelheid glucose (via de voeding in het bloed gekomen) weg werkt. Voor het slapen gaan wordt er een basisinsuline gespoten die ongeveer 24 uur werkt. Dit patroon lijkt erg op het insulinepatroon van iemand zonder diabetes. Ook bestaat er de mogelijkheid van een insulinepomp. Dit is een klein apparaatje, waarbij er steeds een beetje insuline in het bloed wordt afgegeven en bij een maaltijd komt handmatig meer insuline in het bloed terecht.
- Dieet: Naast algemene voedingsrichtlijnen geldt bij iemand met diabetes type 1 het volgende: glucose komt in het bloed door voeding. Insuline wordt gespoten om de hoeveelheid glucose weer te laten dalen. Insuline en voeding horen dus helemaal bij elkaar. Iemand die insuline spuit moet dus precies weten hoeveel insuline hij moet spuiten voor een bepaalde hoeveelheid koolhydraten (koolhydraten worden in het lichaam omgezet in glucose). Er moet dus worden gerekend met insuline en koolhydraathoeveelheden. In het begin is dit best ingewikkeld, maar later gaat het praktisch vanzelf. Een dietiste helpt om iemand hier mee op weg te helpen.
Hoe wordt diabetes type 2 behandeld?
Lees meer...
Naast de algemene behandelingsaspecten spelen voor mensen met diabetes type 2 de volgende aspecten een rol in de behandeling:
- Dieet: Naast de algemene voedingsrichtlijnen is er een voedingsadvies afhankelijk van de soort en de hoeveelheid medicatie die iemand met diabetes type 2 gebruikt. Een diëtiste weet welke voedingsadviezen er bij bepaalde medicijncombinaties hoort en zal hierin begeleiding geven.
- Tabletten: Wanneer leefstijladviezen niet voldoende zorgen voor een verlaging van de hoeveelheid glucose in het bloed dan krijgt iemand daarbij tabletten. Er zijn verschillende soorten tabletten. De meeste tabletten hebben een van de volgende functies: de alvleesklier stimuleren tot meer insulineproductie, de cellen gevoeliger maken voor de werking van insuline.
- Insuline: Waneer tabletten met leefstijladviezen onvoldoende effect hebben zal er gestart worden met insuline. Hoe vaak iemand insuline moet spuiten hangt van meerdere factoren af en varieert van 1 tot 4 keer per dag. Ook zijn er verschillende soorten insuline. De ene soort werkt heel kort (goed te gebruiken bij een maaltijd) en andere soorten werken bijna 24 uur (een goede basis, gedurende de hele dag). Vaak wordt er gewerkt met een combinatie van verschillende soorten insuline.
5. Wat is een hypo? We spreken over een hypo als de hoeveelheid glucose in het bloed te ver daalt. Bij een bloedglucosewaarde beneden de 4.0 mmol/L wordt over een hypo gesproken. Klachten die wijzen op een hypo kunnen per persoon verschillen. De meest voorkomende klachten zijn:
- transpireren
- bleek zien
- hartkloppingen
- onduidelijk praten
- een hongerig gevoel
- gapen
- prikkelingen om de mond
- wazig zien
- hoofdpijn
- beven
- een trillerig, onzeker of slap gevoel
- stemmingsveranderingen (plotselinge boosheid, koppig, prikkelbaar)
- erge honger
- koud hebben
- moeite met concentreren
- licht in het hoofd
In het algemeen geldt: ga rustig zitten, meet de bloedglucose, neem 5 druivensuikertabletten in of een glas limonade (geen light!) en meet na twintig minuten weer om te kijken of de bloedglucose op peil is. Als het nog lang duurt voordat je gaat eten, neem dan nog een snee brood of een stuk fruit om een volgende hypo te voorkomen. Als de bloedglucose na twintig minuten nog niet normaal is, dan moet je opnieuw druivensuikertabletten nemen en na een kwartier weer controleren.
6. Wat is een hyper? Bij een hyper is de hoeveelheid glucose in het bloed te hoog. Hierdoor kunnen de volgende klachten ontstaan:
- veel en vaak moeten plassen;
- dorst en een droge mond;
- vermoeidheid, slaperigheid;
- prikkelingen, tintelingen, doof gevoel door invloed op zenuwen;
- bij langdurig te hoge bloedglucose: infecties en gewichtsverlies
Voor de behandeling van een hyper: drink veel water (tenzij u een vochtbeperking heeft), test regelmatig uw bloedglucose tot de hoogte van de bloedglucose weer normaal is. Heeft u steeds hoge bloedglucosewaarden en krijgt u deze niet onder controle, overleg voor de behandeling dan met uw behandelend arts.
Wat gebeurd er als de hyper uit de hand loopt?
Lees meer...
Als bij een hyper niet tijdig wordt ingegrepen, kan het dat iemand buiten bewustzijn raakt en een keto-acidose (alleen bij mensen met diabetes type 1) of een non-ketotische coma krijgt. Iemand moet dan opgenomen worden in het ziekenhuis voor behandeling om de bloedglucosespiegel weer te laten dalen. Wat gebeurd er wanneer de bloedglucose langdurig te hoog is? Lees meer … Als de bloedglucose langdurig te hoog is, vermindert de weerstand en kan iemand last krijgen van hardnekkige infecties. Ook kunnen er op den duur klachten optreden aan de ogen, nieren, handen en voeten en wordt de kans op hart- en vaatziekten groter. Een goede regulatie van de bloedglucose helpt het risico op dergelijke complicaties te verkleinen.
7. Waarom is beweging zo belangrijk?  Regelmatig bewegen en sporten is goed voor iedereen. Het verbetert de lichamelijke en geestelijke conditie. Beweging is goed voor het gewicht, de bloeddruk en de bloedsomloop wordt gestimuleerd. Daarnaast geld voor mensen met diabetes dat door beweging de hoeveelheid glucose in het bloed daalt waardoor er minder insuline nodig is. Al deze punten samen helpen latere complicaties te voorkomen.
Lichaamsbeweging hoeft geen topsport te zijn. Wandelen, fietsen, zwemmen, bowlen etc. is ook prima, als het maar regelmatig gebeurt. Probeer dagelijks een half uur te bewegen en wanneer u te zwaar bent heeft u 1 uur beweging per dag nodig. Houdt bij extra beweging altijd de hoogte van de bloedglucose in de gaten, want wie meer beweegt verbruikt ook meer energie waardoor de bloedglucose daalt. Het gebruik van koolhydraten, medicijnen of insuline moet hierop worden afgestemd om te voorkomen dat iemand tijdens of na de beweging/sport een hypo krijgt.
8. Wat is zwangerschapsdiabetes? Deze vorm van diabetes komt overeen met diabetes type 2. Zwangerschapdiabetes treedt op in de tweede helft van de zwangerschap. De zwangerschapshormonen hinderen de werking van insuline, waardoor de bloedglucosewaarde stijgt. Zwangerschapsdiabetes gaat in het merendeel van de gevallen gewoon weer over nadat je kindje is geboren, maar er blijft een verhoogd risico op ontwikkeling van diabetes type 2 in de toekomst.
Hoe wordt zwangerschapsdiabetes veroorzaakt?
Lees meer...
Zwangerschapsdiabetes ontstaat onder invloed van de hormonen die tijdens je zwangerschap worden aangemaakt. Een aantal van deze hormonen remt de werking van het hormoon insuline. Je lichaam heeft insuline nodig om glucose, dat met je eten in je bloed terechtkomt, af te breken. Wanneer je lichaam niet in staat is om de glucose makkelijk op te nemen, omdat het niet genoeg insuline aanmaakt, heb je diabetes.
Tijdens een normale; zwangerschap reageert je lichaam op de anti-insuline- hormonen door meer insuline aan te maken. Als dat niet gebeurt, wordt het glucosegehalte in je bloed te hoog en heb je zwangerschapsdiabetes. Dit komt voor bij ongeveer 3 % van alle zwangerschappen.
Wat zijn de symptomen?
Lees meer...
 Tijdens elke zwangerschapscontrole onderzoekt de verloskundige je urine. Daarbij wordt ook gekeken of er glucose in je urine aanwezig is. Dit kan namelijk duiden op zwangerschapsdiabetes. Er is nog een aantal symptomen dat aangeeft dat je zwangerschapsdiabetes zou kunnen hebben. Je verloskundige zal je waarschijnlijk laten onderzoeken op de aandoening wanneer:
- je een grote hoeveelheid vruchtwater hebt
- je baby erg groot is in verhouding tot de duur van je zwangerschap
- je vorige kind zwaarder was dan acht pond
- je ouder bent dan 35 jaar
- er suikerziekte voorkomt in je familie
- je eerder een miskraam hebt gehad.
Hoe wordt zwangerschapsdiabetes behandeld? Lees meer… Om zwangerschapsdiabetes te behandelen, krijg je meestal een dieet voorgeschreven. In plaats van drie relatief grote maaltijden per dag, zul je verspreid over de hele dag een aantal kleinere maaltijden moeten nemen. Daarbij staat vast hoeveel koolhydraten je binnen mag krijgen. Koolhydraten zitten onder meer in brood, aardappelen en in voedingsmiddelen die suiker bevatten. Vaak is een dieet genoeg om te voorkomen dat de aandoening zich verder ontwikkelt en jij of je baby schade oplopen. In dit geval blijft je bloedsuikerspiegel dankzij het dieet op een normaal niveau. Het gebeurt echter ook wel eens dat een dieet alleen niet voldoende is om de suikerziekte onder controle te houden. Wanneer dat zo is, zul je tijdens je zwangerschap extra insuline toegediend krijgen.
Hoe vaak komt zwangerschapsdiabetes voor?
Lees meer...
Zwangerschapsdiabetes komt voor bij ongeveer 3% van alle zwangere vrouwen. De kans dat deze vorm van diabetes tijdens een volgende zwangerschap terugkeert, is ongeveer 90 %.
Wat zijn de gevolgen wanneer een vrouw diabetes heeft/krijgt en in verwachting raakt?
Lees meer...
Diabetes heeft veel invloed op je zwangerschap. Een goede behandeling is daarom heel belangrijk. Wanneer (zwangerschaps)diabetes niet wordt behandeld, kan dat zowel voor jezelf als voor je baby ernstige gevolgen hebben. Vooral in de eerste drie maanden van je zwangerschap kan het teveel aan glucose in je bloed ernstige schade toebrengen aan je kindje. Je baby maakt dan zelf namelijk nog geen insuline aan en kan het overschot aan glucose dat hij via de moederkoek binnenkrijgt niet afbreken. Als je baby tijdens de eerste maanden te veel glucose krijgt, kunnen er ernstige afwijkingen ontstaan aan de organen die in deze fase van de zwangerschap worden gevormd, zoals het hart, de hersenen en het ruggenmerg. In reactie op de hoge concentratie van glucose in je bloed, kan het lichaam te veel vruchtwater gaan aanmaken. Hierdoor raakt je baarmoeder overbelast en kan het zijn dat de weeën eerder beginnen en je baby te vroeg wordt geboren. Omdat je baby een grote hoeveelheid glucose binnenkrijgt, zal hij zelf extra insuline gaan produceren. De insuline zorgt ervoor dat de glucose in zijn lichaam wordt omgezet in vet. Dit vet wordt opgeslagen in de weefsels van je kindje. Daardoor groeit je kindje te snel en wordt het te zwaar. Dit heeft weer tot gevolg dat de bevalling aanzienlijk langer duurt en de kans op een keizersnede (omdat de baby te groot is) groter wordt. Een te hoge bloedglucosespiegel tijdens de zwangerschap zorgt bovendien voor een verhoogde kans op infecties. Deze ontstaan meestal aan de nieren, de blaas, de baarmoederhals en in de baarmoeder zelf.
9. Wat zijn diabetescomplicaties? Wie diabetes heeft, kan op den duur complicaties krijgen. Deze complicaties ontstaan sneller wanneer de glucosespiegel in het bloed langere tijd te hoog is. Gelukkig zijn er steeds meer mensen met diabetes die door een goede regulatie van de bloedglucose en een gezonde levensstijl oud worden zonder last te krijgen van late diabetesklachten. De meest voorkomende complicaties van diabetes hebben te maken met:
- de ogen
- de nieren
- het zenuwstelsel
- seksuele problemen
- het hart- en de grote bloedvaten
- de voeten
- gewrichten
10. Welke oogklachten kun je krijgen van diabetes? Naarmate iemand langer diabetes heeft kunnen oogproblemen ontstaan. Door de diabetes kunnen er afwijkingen aan de kleine bloedvaatjes worden gevormd. Met een goede regulatie van de hoogte van de bloedglucose en een gezonde levensstijl wordt de kans op klachten sterk verkleind. Klachten die op kunnen treden zijn: 
- minder scherp kunnen zien
- minder goed kleuren kunnen onderscheiden
- zien van 'vlokken, spinnenwebben of gordijnen'
- duidelijk slechter gaan zien
- nachtblindheid
- een waas voor de ogen zien
- plotselinge pijn
- de ogen minder goed kunnen bewegen
- plotselinge slechtziendheid of blindheid
Problemen met de ogen zijn vaak pas in een later stadium duidelijk merkbaar. Het is daarom verstandig de ogen ieder jaar te laten controleren. In de regel geldt dat mensen met diabetes type 1 vijf jaar na de diagnose voor de eerste controle naar de oogarts gaan en mensen met diabetes type 2 een half jaar na de diagnose. Ook is het belangrijk de bloeddruk regelmatig controleren, want een hoge bloeddruk kan bestaande oogproblemen verergeren.
11. Welke nierproblemen kun je krijgen van diabetes? De nieren halen als een filter de afvalstoffen uit het bloed. Van deze afvalstoffen wordt urine gemaakt. Belangrijke voedingsstoffen zoals glucose kunnen in het lichaam blijven om daar hun werk te doen. Ook spelen de nieren een rol bij het op peil houden van de bloeddruk. Naarmate iemand langer diabetes heeft kunnen de nieren slechter gaan functioneren. De meest voorkomende verschijnselen die hierop wijzen zijn:
- vocht vasthouden door het lichaam
- eiwitten in de urine (micro-albuminurie)
- bleek zien
- moeheid
Bovenstaande problemen kunnen optreden, maar het hoeft niet. Met een goede regulatie van de bloedglucose en een gezonde levensstijl kunnen veel problemen worden voorkomen. Daarnaast is het belangrijk de nieren regelmatig te laten controleren, omdat klachten pas merkbaar worden op het moment dat de nieren al behoorlijk achteruit zijn gegaan. De nieren worden onderzocht door urine te onderzoeken op de hoeveelheid eiwit die erin zit. Ook is het aan te raden de bloeddruk in de gaten te houden en een paar keer per jaar voor bloeddrukcontrole naar de diabetesverpleegkundige of arts te gaan.
12. Wat voor invloed heeft diabetes op het zenuwstelsel? Diabetes kan schade geven aan het zenuwstelsel. Welke klachten dit tot gevolg heeft, hangt af van welke zenuwen aangetast worden. Zenuwen bevinden zich overal in het lichaam, dus klachten kunnen heel divers zijn. Verschijnselen van aangetaste zenuwen zijn:
- pijn in armen en benen (prikkelingen, branderig gevoel, krampen);
- gevoelloosheid in handen en voeten (het vervelende is dat kleine wondjes aan handen en voeten onopgemerkt kunnen blijven, waardoor ze niet op tijd behandeld worden en kunnen gaan ontsteken);
- problemen met de spijsvertering, zoals een 'vol' gevoel na het eten, het gevoel dat het eten niet goed zakt, langdurige diarree of verstopping;
- overgevoelige huid, waardoor kleding op de blote huid onaangenaam aanvoelt;
- droge huid;
- veel zweten;
- spierzwakte, waardoor bepaalde spieren minder goed gebruikt kunnen worden;
- problemen bij het plassen (slappe urinestraal, niet voelen wanneer je moet plassen);
- seksuele problemen (vrouwen kunnen last hebben van een droge vagina en mannen hebben soms moeite om een stijve penis te krijgen en te houden, erectieproblemen).
Deze problemen kunnen optreden, maar het hoeft niet. Met een goede regulatie van de bloedglucose en een gezonde levensstijl kunnen veel problemen worden voorkomen. Het is belangrijk goed op lichaamssignalen te letten, zodat eventuele complicaties in een zo vroeg mogelijk stadium worden onderkend en behandeld. Ga daarom met vage klachten -zonder een duidelijke oorzaak - altijd zo spoedig mogelijk naar de arts.
13. Welke seksuele problemen kun je krijgen door diabetes? De meeste mensen met diabetes hebben een normaal seksleven, maar er kunnen wel problemen ontstaan, zoals minder behoefte aan seks, erectieproblemen, een droge vagina, hypo's tijdens het vrijen of een (schimmel)infectie van de geslachtsorganen. Als de bloedglucose te hoog is, neemt de behoefte aan seks af. Als de bloedglucose weer normaal is, verdwijnen de klachten meestal weer. Ook moeheid door een slechte regulatie kan er de oorzaak van zijn dat iemand tijdelijk minder zin heeft in seks. Meestal heeft de verminderde behoefte aan seks echter te maken met gevoelens van schaamte, onzekerheid en angst. Sommige mensen zijn bijvoorbeeld bang dat ze tijdens het vrijen een hypo krijgen of vinden hun lichaam niet meer mooi. Erover praten met de partner of een deskundige kan in zo'n geval een oplossing bieden.
- Erectieproblemen: Iemand kan -tijdelijk- impotent worden door een slechte regulatie van de bloedglucose, een griep of hoge bloeddruk. Late diabetescomplicaties kunnen er eveneens voor zorgen dat het niet lukt om een erectie te krijgen of te houden.
- Een droge vagina: Als de bloedglucose teveel en te vaak ontregeld is, kunnen vrouwen met diabetes last krijgen van een droge vagina, waardoor de geslachtsgemeenschap pijnlijk kan zijn. Mocht het aanpassen van de behandeling geen of onvoldoende resultaat bieden, dan is het aan te raden een glijmiddel te gebruiken.
- Een hypo tijdens het vrijen: Door het vrijen kan de bloedglucose te laag worden waardoor iemand een hypo krijgt. Dit is eenvoudig te voorkomen door vooraf iets te eten of wat minder insuline te gebruiken. Doordat je meer energie gebruikt tijdens het vrijen, kan een hypo niet altijd voorkomen worden. Zorg daarom dat je altijd iets binnen handbereik hebt, waarmee je je hypo kan behandelen.
- Infectie van de geslachtsorganen: Als de bloedglucose te hoog is, kunnen zowel mannen als vrouwen last krijgen van 'witte vloed', veroorzaakt door een schimmel 'candida'. Met medicijnen kan de infectie worden verholpen. Tevens is het aan te raden de bloedglucose beter onder controle te krijgen om herhaling te voorkomen.
Soms lukt het om seksuele problemen zelf op te lossen. Als dat niet lukt, is het verstandig om de hulp in te roepen van de arts of diabetesverpleegkundige.
14. Welke invloed heeft diabetes op het hart en de bloedvaten? Mensen met diabetes kunnen eerder last krijgen van verkalking van de slagaders. Dit is een proces wat eerder voorkomt bij een hoge bloeddruk en een te hoog cholesterolgehalte in het bloed. Door de hoge bloeddruk ontstaan kleine beschadigingen in de slagaders waarna cholesterol en andere stofjes daar blijven plakken. Zo ontstaan verdikkingen van de vaatwand. Dit geeft een groter risico op het ontstaan van hart- en vaatziekten. Met een goede regulatie van de bloedglucose, een gezonde levensstijl (veel bewegen, niet roken, geen overgewicht, goede voeding) en een regelmatige controle van de bloeddruk en het cholesterol kan de kans op hart- en vaatziekten aanzienlijk worden terug gebracht.
15. Welke complicaties kunnen optreden aan de voeten? Voetklachten kunnen optreden als door diabetes de slagaderen zijn vernauwd en de zenuwen zijn aangetast. Ook heeft vergroot verhoogde bloedglucosewaarde de kans op schimmelinfectie. Het begint vaak met op het eerste oog onbeduidende klachten als eeltplekken, blaren, likdoorns en koude voeten. Er kunnen wondjes ontstaan die, als de zenuwen in de voet zijn aangetast, niet tijdig worden opgemerkt. Zo'n wondje gaat dan ontsteken, wat er in het ergste geval toe kan leiden dat het bot in de voeten wordt aangetast en ernstige complicaties ontstaan. Een goede regulatie van de bloedglucose, een gezonde levenswijze, een nauwkeurige verzorging van de voeten en een alerte houding ten opzichte van kleine veranderingen en wondjes kunnen problemen helpen voorkomen.
Symptomen van voetproblemen;
- Brandend gevoel
- Tinteling
- Pijn of kramp
- Verandering in de stand van de voeten en/of de tenen
- Slapend gevoel
- Droge of juist transpirerende voet
Hoe kan ik het risico op voetproblemen verkleinen?
Lees meer...
Om het risico op voetproblemen te verkleinen zijn de volgende punten van belang:
- Inspecteer dagelijks uw voeten. Controleer tussen uw tenen en onder uw voeten op rode vlekken, infecties, zwellingen, zweren, eelt of ontstekingen.
- Wanneer u de onderkant van uw voeten niet goed kunt bekijken, gebruik dan een spiegel of laat iemand anders kijken.
- Was uw voeten dagelijks met zeep en lauw water.
- Droog uw voeten goed af en gebruik een creme om kloofjes te voorkomen. Gebruik geen creme tussen uw tenen.
- Verzorg uw teennagels zo dat ze niet boven de teenrand uitsteken. Knip uw nagels recht af (niet met de vorm van uw tenen mee). Gebruik geen nagelknipper of nagelvijl, maar een nagelschaartje.
- Draag schone, droge, katoenen sokken zonder kreuken, plooien of gaten. De sokken mogen niet spannen aan het onderbeen.
- Draag comfortabele leren schoenen zonder hoge hiel. Koop ze 's middags, wanneer uw voeten iets gezwollen zijn. Loop uw schoenen geleidelijk in.
- Controleer iedere dag uw schoenen op oneffenheden of beschadigingen.
- Loop nooit op blote voeten!
- Gebruik geen warmwaterkruiken, elektrische verwarmde kussens of dekens.
- Draag geen elastische steunverbanden of knellende sokken.
- Verwijder likdoorns of eeltplekken niet zelf.
 Probeer voetproblemen te voorkomen:
- Houd uw glucosegehalte, uw bloeddruk en uw cholesterol op een aanvaardbaar peil.
- Stop met roken.
- Vermager indien u overgewicht heeft.
- Zorg voor voldoende lichaamsbeweging door bijvoorbeeld regelmatig te wandelen, indien uw arts of diabetesverpleegkundige het daar mee eens is.
16. Welke problemen kun je krijgen met je gewrichten? Problemen met gewrichten komen bij mensen met diabetes veel voor. Veel voorkomende klachten zijn:
- pijnlijke schouder
- beperkte heupbeweeglijkheid
- stijve handen
- beperkte beweeglijkheid van de voetgewrichten
- problemen met het bewegen van een vinger
- verhoogde voetdruk
- meer kans op het krijgen van diabetische voetzweren
- verdikte huid
Met een goede regulatie van de bloedglucose en een gezonde levensstijl kunnen veel problemen worden voorkomen. Bij een aantal klachten biedt een operatie een oplossing, kan fysiotherapie tijdelijke verlichting geven en wordt er in overleg met de arts medicatie voorgeschreven.
17. Wat zijn eiwitten? Eiwit (proteïne) is, net als koolhydraten en vet, een voedingsstof. Het levert energie (calorieën). Daarnaast is eiwit een belangrijke bouwsteen voor het lichaam. Het lichaam heeft eiwitten nodig om nieuwe cellen te maken en oude cellen te vernieuwen. Ook gebruikt het lichaam eiwitten om belangrijke stoffen te maken, zoals afweerstoffen en hormonen.
Eiwitten krijgt je lichaam binnen via de voeding. In vlees, vis en gevogelte zoals kip zit veel eiwit, net als in melk, kaas en eieren. Maar ook in plantaardig eten zit eiwit, denk aan brood, noten, peulvruchten (zoals bruine bonen en linzen).
Gemiddeld hebben gezonde mensen zo'n 60 gram eiwit per dag nodig. De precieze behoefte hangt af van uw lichaamsgewicht, leeftijd en omstandigheden. Soms moet er op de hoeveelheid eiwitten in de voeding worden gelet. Bijvoorbeeld wanneer de nieren niet optimaal functioneren.
|
|
|